'Hij wil niet', zei ik. 'Hij wil niet, maar hij móet'.
'Laat mij eens?', vroeg hij.
Hem lukte het ook niet.
De sleutel was met geen mogelijkheid om te draaien. En eigenlijk
kón dat helemaal niet. De sleutel was niet krom en het slot was
niet kapot. Of tenminste. Dat dacht ik.
'En via het raam?', vroeg hij.
'Dat kan niet', vreesde ik. 'Die staat op de kiepstand. Dan moet 'ie eerst dicht en dan helemaal open. Dat lukt nooit.'
Het was half 12 en we wilden naar binnen. Maar hoe hard we ook naar binnen wilden, het ging niet.
De bovenbuurman had misschien een extra sleutel, want hij was de
huisbaas. Maar de bovenbuurman had besloten te doen alsof hij niet
thuis was en gaf geen gehoor.
De rechterbuurman had misschien handig gereedschap, maar de
rechterbuurman was écht niet thuis en wist vast ook niet
hoe handig gereedschap dan wel handig zou kunnen zijn.
Een inbreker zou een pasje langs de deurpost halen, maar onze
pasjes deden niet wat inbrekerspasjes doen en inbrekers waren niet
voorradig.
Een slotenmaker moesten we hebben. Zo eentje die dan komt met
kisten vol gereedschap en na lang aarzelen en op zijn hoofd krabben
zijn keel zou schrapen en zou zeggen: 'Mmm. Dat ziet er niet best uit.'
Zo eentje die na kantoortijden verschrikkelijk duur is.
Binnen een kwartier stond hij op de stoep.
'Zo', zei hij. 'En dit is de deur?'
'Dat is 'm', zei ik. 'We denken dat er van de binnenkant een sleutel op zit, maar zeker weten doen we het niet.'
Natuurlijk wist ik dat wel zeker, maar het ging me te ver om mijn
lief al bij de tweede ontmoeting te beschuldigen van onhandig gedrag.
Een vage flitsherinnering had me doen beseffen dat hij de
reservesleutels aan de binnenkant in het slot had gestoken.
Flitsherinneringen zijn echter altijd een seconde te langzaam. Ik
had niet meer gedacht dan: 'goh, dat doet hij leuk' en vergat
er iets handigs mee te doen. Verliefd en onhandig als wij waren,
trokken we de deur met sleutel en al achter ons dicht.
De slotenmaker gebruikte geen kisten vol gereedschap en ook geen pasjes. Hij had een haakje met een bocht erin.
Het duurde zo'n twintig seconden en kostte 64 euro.
Maar dat deerde niet.
Wij verliefden.
Wij lachen erom en geven geld uit als water. |